Het eindspel Scouppe












(19) Scouppe-1


Bij Leclerqc werd de zwarte schijf op 36 tegengehouden met de dam op 47 (zwart beheerst de lange lijn), bij het Scouppe eindspel is het houtje op 47 een schijf! Dat betekent dat bij de overbleven schijven er sprake is van 2 dammen en 1 schijf. Bij Leclerqc was het sleutelveld 24, die bereikbaar moest zijn voor een witte schijf om winst veilig te kunnen stellen, bij Scouppe is dat veld 29, is dat veld niet meer bereikbaar voor wit, dan is winst een illusie bij het sterkste spel van zwart, maar bij de anti scouppe zullen we zien dat wit nog grote kansen kan creŽren! In de eerste diagram de sleutelstand van Scouppe.
Eenmaal deze sleutelstand opgesteld moet wit 47-42 doen TENZIJ!!!! tenzij zwart zijn dam op 14 staat. In dat geval maakt wit een tempo, in de volgende variant zal aangegeven worden wat er gebeurt als zwart 47-42 speelt met een zwarte dam op 14. Ook zal ik hier laten zien hoe de eenmaal gewonnen stand uitgespeeld kan worden, al zijn er meer wegen naar Rome. 1.50-6!
[ 1.47-42? 14-3! 2.50-28 (2.42-37 3-26=) 2...3-20 3.28-33* 20-3 4.33-28* 3-20 5.28-33*= Herhaling van zetten ]
1...14-10 47-42 alleen spelen indien zwarte dam niet op 14. Zwart moet de lange lijn wel controleren omdat wit anders oversteekt richting dam met schijf 29.
[ 1...14-5 2.47-42 36-41 3.42-37 41x32 4.29-23 5x28 5.6x33 32-37 6.33-47+- ]
[ 1...14-19 Nog het taaiste 2.47-42 19-8 (2...36-41 3.42-37 41x32 4.29-23 19x28 5.6x33 32-37 6.33-47) 3.6-28 8-3 4.42-37 Wit staat gewonnen maar moet wel iets doen om het houtje op 37 voldoende rugdekking te geven. Hieronder volgt een voorbeeld hoe wit dit kan aanpakken maar wellicht zijn er meer wegen naar Rome.

Als zwart nu 3-26 doet dan 37-31. Wacht hij eerst door 3-8 (3-9 is omdezelfde reden fout) dan 37-31 anex 28-22 anex 29-23 met vernietiging 3-20 5.29-23 20-25 6.45-40
A) 6...25-3 7.40-34 En nu schijf 37 van 2 kanten gedekt is kan schijf 23 met gerust hart richting dam wandelen, al moet je dan natuurlijk ook uitkijken voor remise finesses
B) 6...25-48 7.40-45 48x26 8.28-17 26x29 9.45x23
C) 6...25-43 7.23-19 43-48 (7...43-25 8.40-12 En de schijf op 37 staat voldoende gedekt, winst is nu een kwestie van techniek) 8.40-35 48x26 9.28-17 26x24 10.35x19 ]
2.47-42 10-4
[ 2...10-14 3.42-37 14x41 4.6-28 41x34 5.45x23 ]
[ 2...10-15 3.6-33 36-41 (3...15-10 4.42-37 10x41 5.33-28 41x34 6.45x23) 4.42-37 41x32 5.33-47 15x33 6.47x29 32-37 7.29-47 ]
3.42-37 4-15 Gedwongen vanwege de vangmotieven eerder behandeld 4.6-33 15-4*
[ 4...15-10 5.37-32 10x37 6.33-28 37x40 7.45x23+- ]
5.33-17! Met snelle winst 4-9
[ 5...4-27 6.17-22 27x34 7.45x23+- ]
[ 5...4-15 6.17-26 15x31 7.26x37+- ]
[ 5...4-10 6.17-33 10x41 7.33-28 41x34 8.45x23+- ]
6.37-31 36x27 7.17-22 27x18 8.29-23 18x29 9.45x4+-












(20) Scouppe-2


(Auteur: I.Porrey 1956) Het volgende eindspel reken ik ook tot de Scouppe/LeClerqc familie. Zwart heeft nog een extra schijf op 35, door de zet 45-40 35x33 kan de witte dam op 50 de zwarte dam slaan indien deze losstaat op de lange lijn of erboven, hetgeen de zetvrijheid van zwart danig beperkt. 1.47-42 De zwarte dam mag niet losstaan vanwge 45-40 enz. 35-40*
[ 1...5-46 2.42-37 46x44 3.50x28 ]
[ 1...36-41 2.42-37 41x32 3.45-40 35x33 4.50x46 Het bekende motief op de lange lijn. ]
2.45x34 36-41
[ 2...5-46 3.50-45 De sleutelstand Scouppe, maar nu met een schijf op 34 36-41* (3...46-5 4.42-37 5x46 5.39-28 46x40 6.45x23) 4.39-28 41-47 5.28-5 47x40 6.45x23 46x19 7.5x46 En zwart had 2 dammen, maar verliest toch! ]
[ 2...5-14 3.50-45 Zwart moet de Scouppe vangmotief, zoals eerder uitgelegd, ontwijken 14-9 4.42-37 Op 9-4 34-29 wint via Scouppe 9-3 5.39-48 3-20! Zwart zorgt ervoor dat de schijf op 34 niet richting de lange lijn kan, hij moet deze diagonaal onder controle houden. 6.45-50 20-38 (6...20-42 7.50-28 42x26 8.28-37 26x42 9.48x37) 7.50-28 38-24 8.28-10 En zwart moet de diagonaal 47-15 prijsgeven, waarna wit kan doorstomen met de schijf op 34 richting dam. 24-15 (8...24-47 9.10-15; 8...24-38 9.48-42 38x47 10.10-15 36-41 11.37x46 47-36 12.46-41 36x47 13.34-29 47x24 14.15x47; 8...24-13 9.10-19 13x43 10.48x25; 8...24-35 9.34-29 en met de op 37 aan 2 kanten gedekte schijf kan wit rustig doorlopen naar een derde dam, zonder dat zwart dit nog kan dwarsbomen.) 9.34-29 15x26 10.10-37 26x42 11.48x37 ]












(21) Scouppe-3


Joost Hooijberg met wit speelde op 28 november 1985 tegen Alfons Ottink (VAD). Zwart verloor door tijdnood maar Joost vond thuis de oplossing: Wat te doen wanneer zwart met de dam de lange lijn beheert , een schijf heeft op 36, waarvoor het recept Scouppe is, maar tevens een schijf op 15?? Thuis vond Hooijberg de sleutelstand die hier gepubliceerd wordt, en eerder door Johan Bastiaannet werd gepubliceerd in de toenmalige maandblad: Dammen, nr 11.
Zwart is aan zet 1...28-32
[ 1...28-5 2.29-24 Zwarte dan mag niet meer los op lange lijn vanwege 24-20 enzovoorts 15-20 (2...5-46 3.47-41 46x30 4.35x19) 3.25x14 5x30 4.35x19 ]
[ 1...28-46! Veruit het taaiste 2.35-44! Zwarte dam mag ook nu niet meer los op de lange lijn door 25-20 15x33 en de zwarte dam gaat in het doosje als die lossstaat op de lange lijn. (2.29-24? 15-20 Scouppe kan hierna nooit meer opgebouwd worden) 2...46-5 3.25-9 5-46 4.9-3 De zwarte dam mag nog altijd niet los 46-5 5.3-25 5-46 6.44-35! En we zijn weer aanbeland in de stand na de eerste zet, met het verschil, niet wit maar zwart is aan zet, het tempo is gewisseld.Zwart MOET in de huidige constellatie het enige veilige veld 46 verlaten, waarna hij in de verliezende varianten komt zoals eerder uitgelegd omdat na 29-24 veld 46 verboden is en, omdat de gambiet 15-20 niet meer gaat. Waarlijk een bijzondere strategische winst! 46-5 7.29-24 15-20 8.25x14 5x30 9.35x19 ]
2.29-24 Zwart mag niet meer los op de lange lijn vanwege 24-20 enz. 32-46
[ 2...32-5 3.25-14 5x30 4.35x24 ]
3.47-41 46x30 4.35x19



All games on this page as PDN here

Generated with Turbo Dambase 5.0